Is dit normaal? Wit pluis, gele druppels en donkere plekken op je kweekset

De meeste vragen die bij ons binnenkomen beginnen met een foto en de zin: is dit normaal? Volkomen terecht, want een levend kweekblok doet dingen die geen enkel ander product in huis doet. Het goede nieuws: negen van de tien keer is het antwoord ja. Hieronder staat de complete lijst van wat je op een kweekset tegen kunt komen, van volstrekt gezond tot reden om in te grijpen.

Wit pluis of witte donzige plekken: normaal

Wit pluis is geen schimmelprobleem, het is de schimmel die je gekocht hebt. Mycelium is wit en pluizig, en op plekken waar het blok beschadigd of gesneden is, groeit het extra hard naar buiten. Ook een witte waas op de binnenkant van het plastic is gewoon mycelium dat tegen de zak opklimt. Hoe witter je blok, hoe gezonder het is. Ingrijpen: niet nodig.

Gele of bruine druppels: normaal

Heldere gele tot bruinige druppels op het substraat of tegen het plastic zien er verontrustend uit, maar het is vocht dat het mycelium zelf uitscheidt, een soort zweet van de schimmel. Het hoort bij een blok dat hard aan het werk is, en je ziet het vaak vlak voordat er paddenstoelen komen. Soms is het een teken dat het blok het net iets te warm heeft, dus staat hij naast de verwarming: zet hem een stukje verderop. Verder geldt: laten zitten, niet afvegen.

Gele of oranje korstige plekken: meestal normaal

Ouder mycelium kan geel tot oranjebruin verkleuren en wat korstig worden, zeker op plekken met veel licht of tocht. Dat is huidvorming, geen bederf. Het verschil met echte problemen zit in de structuur: korstig en droog hoort erbij, slijmerig en nat niet.

Blauwgroene of grasgroene plekken: niet normaal

Groen is de kleur waar je wel op moet letten. Een groene, poederige plek is vrijwel altijd Trichoderma, een schimmel die met je oesterzwam om het substraat vecht. Een kleine plek aan de buitenkant kun je wegsnijden met een schoon mes, waarna je het blok gewoon verder laat werken, maar houd hem in de gaten en was je handen na het aanraken. Wordt het snel groter of zit het door het hele blok, stuur ons dan een foto met je bestelnummer.

Zwarte natte plekken en rottingsgeur: niet normaal

Een gezond blok ruikt fris, naar bosgrond of champignons. Ruikt het zurig, naar alcohol of echt naar rotting, en zie je natte, donkere, glibberige plekken, dan is er bacteriegroei in het spel. Dat komt zelden voor en het is niet je schuld: meestal is het blok onderweg of bij de opslag te warm geweest. Ook hier: foto en bestelnummer naar ons, dan lossen we het op.

Kleine speldenknopjes die er ineens zijn: normaal, en goed nieuws

Een groepje piepkleine bolletjes of stompjes, vaak in een hoekje of bij de snee, zijn primordia: baby-paddenstoelen. Vanaf nu gaat het hard, oesterzwammen verdubbelen in deze fase ongeveer per dag. Blijven sproeien en over een dag of vijf tot zeven sta je te oogsten.

Paddenstoelen met lange stelen en kleine hoedjes: normaal, maar een signaal

Groeien je oesterzwammen de lucht in als asperges met een hoedje, dan krijgen ze te weinig frisse lucht of te weinig licht. Ze zijn gewoon eetbaar, maar voor de volgende vlucht loont het om het blok lichter en luchtiger te zetten. Geen volle zon, wel daglicht en een ruimte waar af en toe een deur of raam opengaat.

Er gebeurt al twee weken niets: meestal normaal

Een blok heeft na aankomst tijd nodig om te herstellen van de reis en zijn vocht op peil te brengen. Ook tussen twee vluchten zit gerust twee tot vier weken rust. Geduld en dagelijks sproeien is bijna altijd het antwoord. Duurt de stilte langer dan een maand, dan kijken we graag met je mee.

De vuistregel

Wit, geel en bruin: laten werken. Groen, zwart of stank: foto maken en mailen. En liever een keer te veel gevraagd dan een blok weggegooid dat nog een oogst of drie in zich had. Daar zitten we voor.

Terug naar blog