Paddenstoelen kweken in een kleine tuin: zo past het toch
Share
De vraag komt geregeld binnen, meestal met een verontschuldiging erbij: leuk hoor, die kweekstammen, maar ik heb maar een tuintje van vier bij zes. Alsof paddenstoelen een landgoed verwachten. Het eerlijke antwoord: een kleine tuin is vaak juist geschikter dan een grote kale gazonvlakte, omdat schuttingen en muren precies de schaduw en luwte geven waar paddenstoelen om vragen.
Dit stuk loopt de plekjes langs die vrijwel elke kleine tuin heeft, en wat je ermee kunt.
Welke plek in de tuin is goed voor paddenstoelen?
Zoek de hoek waar het gras het slechtst groeit. Serieus: de plek waar gazon het opgeeft door schaduw, is voor een kweekstam eersteklas grond. Paddenstoelen willen schaduw, beschutting tegen wind en een beetje vocht. De noordkant van een schutting, achter de schuur, onder een heg of aan de voet van een grote struik: allemaal prima. Volle zon is de enige echte afvaller, daar drogen stammen uit voordat er iets gebeurt.
Optie 1: een of twee stammen rechtop ingegraven
De klassieke kweekstam hoeft niet te liggen. Wie weinig ruimte heeft, graaft een stam voor een derde in en laat hem rechtop staan als een paaltje. Dat scheelt vloeroppervlak, en het ondergrondse deel trekt vocht uit de bodem waardoor de stam veel minder snel uitdroogt. Twee rechtopstaande stammen met oesterzwam of shiitake nemen samen nog geen halve vierkante meter in, en geven jaren oogst.
Hoe je aan zulke stammen komt en wanneer je ze ent, staat in ons stuk over het entseizoen.
Optie 2: een bed met blauwplaatstropharia in de border
De blauwplaatstropharia is de enige soort in ons assortiment die geen stam nodig heeft: hij groeit in een laag houtsnippers, gewoon tussen je planten. Een strook border van een halve meter breed, tien centimeter verse snippers, broed erdoor, klaar. De zwam verteert de snippers tot donkere, kruimelige grond en geeft ondertussen stevige eetbare paddenstoelen. Je border knapt er zichtbaar van op, en ruimte kost het letterlijk nul: het bed lag er toch al.
Optie 3: de emmer op het balkon
Geen tuin maar wel een balkon aan de schaduwkant? Een emmer met gaten erin, gevuld met gepasteuriseerd stro en los broed, is de kleinste buitenkwekerij die er bestaat. Oesterzwammen groeien er dwars door de gaten naar buiten. In de zomer wil zo'n emmer elke dag even water zien, verder is het vooral wachten en oogsten.
Optie 4: de stronk die je toch al had
Moest er ooit een boom weg en staat de stronk er nog? Dat is geen restje, dat is een kweekkans. Een verse stronk van een loofboom laat zich prima volboren en enten, en omdat de wortels nog vocht aanvoeren, hoef je er daarna vrijwel niets meer aan te doen. Een stronk met zwavelzwam of oesterzwam ruimt zichzelf bovendien langzaam op, wat op een klein perceel mooi meegenomen is.
Wat kun je verwachten van zo weinig vierkante meter?
Meer dan je denkt. Een goed doorgroeide stam van een meter geeft per vlucht al gauw een maaltijd voor het hele gezin, en dat twee tot drie keer per jaar, jaren achtereen. Tel daar een emmer en een snipperbed bij op en er komt in een gemiddeld seizoen serieus wat kilo's eetbare paddenstoelen uit een tuin waar verder alleen de container stond.
Begin klein: een stam en een emmer. Bevalt het, dan groeit de kwekerij vanzelf mee met je enthousiasme. En stuur ons gerust een foto van je schaduwhoek als je twijfelt wat erin past, meedenken doen we graag.