Wanneer kap je hout voor paddenstoelen? De kalender van een kweker

Wie zelf een boom of dikke tak mag zagen voor kweekstammen, krijgt van ons altijd dezelfde eerste vraag terug: wanneer? Niet omdat we lastig willen doen, maar omdat het moment van kappen de oogst van de komende jaren bepaalt. Dit is de kalender die wij zelf aanhouden, van de zaag tot de eerste paddenstoel.

Het korte antwoord

Kap loofhout in de winterrust, van eind november tot begin maart, bij voorkeur op een droge dag zonder vorst. Laat de stammen twee tot zes weken liggen en ent ze dan. In een zin: zagen in de winter, enten in het vroege voorjaar, oogsten vanaf het jaar erna.

Waarom juist in de winterrust?

Een loofboom slaat in de herfst zijn reserves op in stam en takken en houdt daarna zijn sapstroom stil. Hout dat in die rustperiode gekapt wordt, zit vol opgeslagen suiker en zetmeel, precies het voedsel dat mycelium nodig heeft om het hout te veroveren. De schors zit bovendien strak, en een strakke schors houdt vocht binnen en concurrenten buiten. Zodra de knoppen zwellen, ergens in maart, loopt de sapstroom weer en verandert het hout van karakter: natter, armer, sneller bederfelijk. Vandaar de harde grens van begin maart.

De jaarkalender voor kweekstammen

Maand Wat doe je
Eind november tot januari Kappen of hout regelen. Zagen op 50 tot 100 cm, in de schaduw leggen, zeil er losjes over.
Februari en maart Enten met pluggen, twee tot zes weken na de kap. Dit is het drukste moment van het jaar.
April tot juni Stammen op hun definitieve plek zetten, in de schaduw. Bij droogte af en toe besproeien.
Juli en augustus Vocht bewaken. Een stam mag niet wekenlang kurkdroog staan, maar hoeft ook niet elke dag water.
September en oktober Bij snelle soorten op vers hout soms al een eerste kleine vlucht. Meestal niet: geduld.
Winter Niets doen. Het mycelium werkt door zolang het niet vriest, en overleeft de vorst.
Volgend voorjaar en najaar De eerste echte oogst, 6 tot 18 maanden na het enten. Vanaf dan elk voor- en najaar.

Kan het ook in oktober?

Kappen in oktober kan, als het blad al valt. Het hout is dan bijna op winterkwaliteit. Het probleem zit in de stap erna: hout dat in oktober gekapt wordt, moet tot februari wachten op het enten, en dat is te lang. In die maanden trekt het vocht eruit en trekken de eerste wilde schimmels erin. Wie in oktober kapt, kan beter meteen in november enten en accepteren dat het mycelium een trage winterstart maakt, of het hout op een koele, schaduwrijke plek onder een zeil bewaren en hopen dat het tot januari goed blijft. Beter is gewoon wachten met zagen tot de winter.

Maakt het uit bij welk weer je zaagt?

Een beetje. Zaag liefst op een droge dag en niet bij strenge vorst; bevroren hout splintert en de schors beschadigt sneller. Regen is geen ramp, maar een kletsnatte stam die je meteen onder zeil legt, is een uitnodiging voor schimmel op de schors. Laat hem een dag opdrogen voordat je afdekt.

Hoe bewaar je stammen tussen kap en enten?

Op de grond in de schaduw, liefst op een paar dunne takken zodat ze niet in de modder liggen, met een zeil er losjes overheen. Niet strak inpakken, want dan broeit het. Niet in een verwarmde schuur, want dan droogt het. Twee tot vier weken is ideaal, zes weken is de grens. Wat na zes weken nog ligt, verdient een eerlijke blik op de kopse kant voordat je er pluggen in stopt: verkleuring betekent dat er al bewoners zijn. Meer over die keuring in ons stuk over het entseizoen.

En als je de kalender gemist hebt?

Dan is er volgend jaar weer een winter. In de tussentijd is een kweekset of een emmer met broed een prima manier om het geduld te oefenen. Wie in juni met een verse stam staat, kan het proberen met oesterzwam, de meest vergevingsgezinde soort, maar moet accepteren dat de kans op succes kleiner is dan in maart. Het is geen verboden terrein, het is gewoon minder slim.

Terug naar blog